<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=194302864799989&amp;ev=PageView&amp;noscript=1">

Recente wijzigingen van de Tax Shelter-wet

Naar aanleiding van de hervorming van de vennootschapsbelasting en de hierdoor gefaseerde verlaging van de tarieven, werden reeds in de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting bepaalde maatregelen genomen die het vooropgestelde rendement van de raamovereenkomsten in het licht van deze wijzigingen trachtte te waarborgen. Zo werd het vrijstellingspercentage opgetrokken van 310 pct. naar respectievelijk 356 pct. en 412 pct. voor de boekjaren die verbonden zijn met een aanslagjaar waarvoor het tarief 29 pct. en 25 pct. bedraagt.

Om de coherentie te verzekeren met de Tax Shelter-regeling zoals die bestond voor de hervorming van de vennootschapsbelasting, waren een aantal technische aanpassingen nodig zodat het rendement van reeds ondertekende maar ook toekomstige raamovereenkomsten kan gewaarborgd worden zoals dat het geval was voor de hervorming van de vennootschapsbelasting.

De wet van 28 april 2019 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 mei 2019) houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955 heeft in die zin twee technische aanpassingen doorgevoerd.

1. Verhoging van de maximale vrijstelling

De maximale vrijstelling van 750.000 euro wordt respectievelijk op 850.000 euro en 1.000.000 euro gebracht al naargelang het tarief van de vennootschapsbelasting dat geldt voor het belastbaar tijdperk waarin de Tax Shelter vrijstelling is toegekend, op 29% of 25% is vastgesteld.

In 2019 bedraagt de maximale investering aldus 238.764 euro (850.000 euro/356%).

2. Oplossing voor de overdrachtsproblematiek voor en na de tax shift

De verlaging van de vennootschapsbelasting had tot gevolg dat de Tax Shelter-investeringen die plaatsvonden in de loop van een boekjaar waarin het tarief van de vennootschapsbelasting 33% bedroeg en die werden overgedragen naar een boekjaar waarin het nieuwe tarief van 29% van toepassing was, niet het verwachte fiscaal rendement zouden behalen.

Om dit probleem te verhelpen wordt, al naargelang het tarief van de vennootschapsbelasting dat geldt voor het belastbaar tijdperk waarin de investeerder de betrokken raamovereenkomst ondertekend heeft en datgene dat geldt voor het belastbaar tijdperk waarvoor de overdracht plaatsvindt, een vermenigvuldigingsfactor toegepast op de bedragen van de sommen die door een gebrek aan winst niet effectief konden worden vrijgesteld.

De vermenigvuldigingsfactor varieert naargelang het boekjaar waarop de gedane investering betrekking heeft en het boekjaar waarin de desbetreffende vrijstelling daadwerkelijk wordt benut:

  • 356/310 voor de investeringen die plaatsvonden in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 33% en waarbij de vrijstelling wordt benut in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 29%;
  • 421/310 voor de investeringen die plaatsvonden in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 33% en waarbij de vrijstelling wordt benut in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 25%;
  • 421/356 voor de investeringen die plaatsvonden in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 29% en waarbij de vrijstelling wordt benut in de loop van een boekjaar met een standaard aanslagvoet van 25%.

Door middel van deze aanpassing kan het voordeel dat wordt verkregen door de investering in een dergelijk stelsel intact blijven en dus ook de aanmoediging voor zulke investeringen, zelfs bij dalende tarieven.

23/05/2019

Had u hieromtrent graag bijkomende informatie ontvangen?

Gelieve onderstaand formulier in te vullen.